Bloemenweide, bloemenakker of bloemrijk gazon?

Bloemenweide, bloemenakker of bloemrijk gazon?

Tuinen als lokale schuilplaats 

Het lijkt misschien maar een kleine ingreep, maar met een paar planten meer en eens een hoekje minder strak aan te leggen, maken onze tuinen een wereld van verschil.

Elke tuin kan uitgroeien tot een veilige haven voor insecten, vogels en kleine dieren. Een plek waar ze voedsel vinden en kunnen schuilen.

Door te kiezen voor inheemse planten en zaden die van nature in jouw regio groeien (of er vroeger groeiden), help je de natuur precies daar waar ze het nodig heeft. Wat in jouw tuin bloeit, wordt een reddingslijn voor inheemse bestuivers en andere dieren. Want wanneer er natuur verdwijnt, wordt ook jouw tuin belangrijk.

een zee van inheemse bloemen zaaien

Ontdek hieronder de belangrijkste verschillen tussen een bloemenakker, bloemenweide en bloemrijk gazon. Zo kan je kiezen welke aanpak het best past bij jouw tuin:

  • Een bloemenakker bestaat uit eenjarige bloemen die je 2 à 3 x per seizoen maait met een zeis, bos- of kantenmaaier. Het maaisel moet je daarna afvoeren. Een bloemenakker moet je niet bemesten.   
  • Een bloemenweide bezaai je met tweejarige bloemen. Dat betekent dat ze pas bloeien het jaar nadat je ze gezaaid hebt. Een bloemenweide  moet je 1 tot 3 keer per jaar maaien (ook met een zeis, bos of kantenmaaier). Ook hier moet je het maaisel afvoeren en is bemesting niet nodig.                                           
  • Een bloemrijk gazon krijg je door graszaad te gebruiken waarin ook bloemenzaad in verwerkt is, zoals bvb de mix met MiniFlower van DCM. Je maait het om de 3 à 4 weken. Ook hier moet je het maaisel afvoeren en geen meststoffen geven. Tip: je kan steeds gefaseerd maaien (looppaadjes maaien).

Zo zaai je inheemse bloemenweide 

  1. Kies je bloemenweidemengsel en houd rekening met de grondsoort, licht en vocht. Zaaien is ideaal in het voorjaar, nazomer en najaar. 
  2. Zorg voor een kaal zaaibed zonder grassen en ongewenste kruiden. Verwijder de bestaande zoden met een spade (5 cm) en hark de losse wortels eraf. 
  3. Zaai de bloemzaden breedwerpig en hark indien nodig lichtjes in. Als de toplaag losgeharkt is, is dat niet nodig. Meng de zaden eventueel met witzand, om te zien waar je gezaaid heb, zo zaai je niet te dik. 
  4. De zaden wachten zelf op het juiste kiemmoment, bv na een regenbui of een koudeperiode. Zaai liever niet als het langdurig erg nat of erg droog is. Verwijder eventueel na het kiemen wel de ontwikkelde grassen 
  5. Je kan ook eerst een “ vals zaaibed “ maken: je maakt een bodem klaar, maar wacht nog 2 weken met zaaien. Ondertussen schoffel je de opkomende ongewenste kruiden en grassen eruit, eventueel nog een keer herhalen, en dan kun je zaaien. 
  6. Als je een groot stuk wil inzaaien, verdeel dit dan in delen. Meng het zaad met wit zand en verdeel dit, zo voorkom je dat voor de laatste stukken geen zaad meer over is.